Bescherming

  • En doet Mijn inzettingen, en houdt Mijn rechten, en doet dezelve; zo zult gij zeker wonen in het land. LEVITICUS 25:18
  • En van Benjamin zeide hij: De beminde des HEEREN, hij zal zeker bij Hem wonen. Hij zal hem den gansen dag overdekken, en tussen Zijn schouders zal hij wonen! DEUTERONOMIUM 33:12
  • De eeuwige God zij u een woning, en van onder eeuwige armen; en Hij verdrijve den vijand voor uw aangezicht, en zegge: Verdelg! DEUTERONOMIUM 33:27
  • Zo believe het U nu, en zegen het huis van Uw knecht, dat het in eeuwigheid voor uw aangezicht zij; want Gij, Heere HEERE, hebt het gesproken, en met Uw zegen zal het huis van Uw knecht gezegend worden in eeuwigheid. 2 SAMUËL 7:29
  • En David leide bezettingen in Syrie van Damaskus, en de Syriers werden David tot knechten, brengende geschenken; en de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog. 2 SAMUËL 8:6
  • En Ik ben met u geweest overal, waar gij heengegaan zijt, en Ik heb al uw vijanden uitgeroeid van voor uw aangezicht; en Ik heb u een naam gemaakt, gelijk de naam is der groten, die op de aarde zijn. 1 KRONIEKEN 17:8
  • Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen. PSALMEN 4:8
  • Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen. PSALMEN 16:8
  • Want de koning vertrouwt op den HEERE, en door de goedertierenheid des Allerhoogsten zal hij niet wankelen. Uw hand zal alle vijanden vinden; uw rechterhand zal uw haters vinden. Gij zult hen zetten als een vurige oven ter tijd uws toornigen aangezichts; de HEERE zal hen in Zijn toorn verslinden, en het vuur zal hen verteren. PSALMEN 21:7-9
  • De Engel des HEEREN legert Zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt hen uit. PSALMEN 34:7
  • God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden. PSALMEN 46:1
  • Maar de koning zal zich in God verblijden; een iegelijk, die bij Hem zweert, zal zich beroemen; want de mond der leugensprekers zal gestopt worden. PSALMEN 63:11
  • Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! Den Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek; U zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen. PSALMEN 91:9, 10
  • Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter. PSALMEN 127:1
  • Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb voor Mijn Gezalfde een lamp toegericht. Ik zal zijn vijanden met schaamte bekleden; maar op hem zal zijn kroon bloeien. PSALMEN 132:17,18
  • Gij, Die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard; PSALMEN 144:10
  • Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden. SPREUKEN 3:26
  • In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen. SPREUKEN 14:26
  • De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden. SPREUKEN 18:10
  • Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN. SPREUKEN 21:31
  • Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen. SPREUKEN 30:5
  • Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe. Amos 3:7
  • Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. EFEZIËRS 6:11, 12