Geloof

  • Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods, Romeinen 10:17
  • Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken. Spreuken 3:5, 6
  • En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft. Markus 9:23
  • Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. 2 Corinthiër 5:17
  • Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. Lukas 1:37
  • Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof. Mattheüs 9:29
  • Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. Hebreeën 11:1
  • En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op- en nedergeworpen wordt. Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere. Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen. Jakobus 1:5-8
  • Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken. Hebreeën 11:6
  • Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood. Jakobus 2:26
  • En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde. Romeinen 14:23
  • Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen. Hebreeën 10:38
  • Ziet, zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? Evenwel zal ik mijn wegen voor Zijn aangezicht verdedigen. Job 13:15
  • Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild. Jesaja 30:15
  • Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen. 2 Timotheüs 2:13
  • Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. 1 Johannes 5:4
  • Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen. Efeziërs 6:16
  • En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn. Mattheüs 17:20
  • Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God. Hebreeën 12:2
  • Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; Romeinen 5:1
  • En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God. Markus 11:22
  • In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus; Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde; Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen. 1 Petrus 1:6-9